Zorgconsumenten.nl | home
Nieuws
De regulering in de zorg wekt de indruk dat de samenleving twijfelt aan de intrinsieke professionele motivatie van artsen. Voor een goed antwoord moeten we de eisen die de beroepsgroep zelf stelt aan het medisch professioneel handelen transparant en minder vrijblijvend maken. Met het Algemeen Kwaliteitskader voor geneeskundige specialisten laten de KNMG en de wetenschappelijke verenigingen van specialisten zien dat de kwaliteit van zorg en van het medisch functioneren ons ernst is.
Column van Lode Wigersma, directeur Beleid en Advies, KNMG (www.knmg.artsennet.nl)
Verantwoordelijkheid
Het negatieve imago van medisch specialisten wie het om geld te doen zou zijn, daar wil Marcel Daniëls, bestuurslid van de Orde van Medisch Specialisten, van af. ‘Ik wil laten zien dat de kwaliteit van zorg medisch specialisten ernst is en hoop zo het imago om te draaien’, zegt hij in Medisch Contact van 8 april 2011. ‘Het gaat om de kwaliteit van hetgeen in de spreekkamer tussen patiënt en arts gebeurt.’ Een uitspraak waar ik het van harte mee eens ben. Tegelijk is de vraag hoeveel ruimte we krijgen om die verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van zorg te nemen.
"Het is de vraag hoeveel ruimte we krijgen om de
verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van zorg te nemen."
Regeldruk
Artsen ervaren een toenemende regeldruk. Wet- en regelgeving, richtlijnen, gedragsregels - ze sturen het professioneel handelen van artsen in belangrijke mate. Die regulering wekt de indruk dat de samenleving twijfelt aan de intrinsieke professionele motivatie van artsen. Maar de KNMG weet, met u, dat verreweg de meeste artsen gemotiveerd zijn om goede zorg te leveren en hun deskundigheid op peil te houden; zij voelen zich verantwoordelijk voor hun professioneel handelen, hebben een goede vertrouwensband met hun patiënten en zijn transparant over wat zij doen.
Transparantie
De KNMG denkt wel, met Marcel Daniëls, dat de kwaliteit van zorg beter kan en moet. Voor een goed antwoord op de reguleringsdruk van maatschappij en politiek moeten we in de eerste plaats de eisen die de beroepsgroep zelf stelt aan het professioneel handelen van de arts, transparant en minder vrijblijvend maken. We moeten laten zien dat we dit binnen het eigen ‘huis’ van de medische beroepsgroep kunnen regelen. Enige externe druk helpt daarbij en houdt ons scherp, maar moet niet de overhand krijgen.
"Enige externe druk helpt daarbij en houdt ons scherp,
maar moet niet de overhand krijgen."
Algemeen kwaliteitskader
De eisen die aan artsen worden gesteld bij de vijfjaarlijkse herregistratie vormen een goede basis. Maar deze strekken zich niet uit tot de kwaliteit en veiligheid van de zorg die een arts levert. Of tot diens functioneren in het zorgproces en de zorgketen. Om te laten zien dat juist ook die kwaliteit van geleverde zorg ons ernst is, werken de KNMG en de wetenschappelijke verenigingen van specialisten aan een Algemeen Kwaliteitskader voor geneeskundige specialisten. Hierin wordt een voor de gehele beroepsgroep geldende systematiek van kwaliteitsbevordering en –bewaking en verantwoording uitgewerkt. We verduidelijken de verantwoordelijkheden van de wetenschappelijke verenigingen en van de individuele artsen op het gebied van kwaliteit, veiligheid en verantwoording. En we doen samen voorstellen voor algemene methoden die de hele beroepsgroep kan toepassen bij toetsing van het functioneren en verbeteracties als een arts onvoldoende functioneert.
Ernst
Met dit eenduidige kader voor alle medische beroepsbeoefenaren kunnen we ook de samenleving laten zien dat het ons ernst is om ons ‘huis’, onze professie, op orde te houden. Uiteraard is het vervolgens aan de wetenschappelijke verenigingen om specifieke invulling te geven aan het instrumentarium voor kwaliteitsborging en – verbetering voor hun eigen specialisme. Maar de eerste uniformering over de volle breedte doen we zo samen.
Lode Wigersma, directeur Beleid & Advies, KNMG
Schippers pleit voor Europese zwarte lijst artsen
door Jules Seegers, NRC Handelsblad 10 maart 2011
Minister van Volksgezondheid Edith Schippers wil een Europese zwarte lijst met daarop artsen die een beroepsverbod hebben. De VVD’er is van plan haar EU-collega’s om hulp te vragen bij het samenstellen ervan. In Nederland bestaat al zo’n lijst.
Schippers vindt dat ziekenhuizen die buitenlandse artsen willen aanstellen, zelf de antecedenten van die artsen moeten nagaan. In dat geval was over de omstreden neuroloog Ernst J. S., die in Duitsland werkte, aan het licht gekomen dat hij in Nederland zijn beroep niet meer mocht uitoefenen.
CDA en PvdA hadden Schippers vragen gesteld naar aanleiding van de neuroloog. Hij liet zichzelf uit het Nederlandse artsenregister verwijderen, maar dat werd in Duitsland niet gecheckt.
J. S. bleek een aan medicijnen verslaafde neuroloog die in het Medisch Centrum Twente jarenlang opzettelijk verkeerde diagnoses stelde van ziektes als Alzheimer en Parkinson. Tegen hem loopt een strafrechtelijk onderzoek.
Zorgverzekeraar CZ moet website aanpassen
Amsterdam, 30 november 2010 - De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft vandaag beslist dat zorgverzekeraar CZ haar website over ‘beste borstkankerzorg’ moet aanpassen, als het Slotervaart ziekenhuis die aanpassing wil. Dit is de uitkomst van een kort geding dat het Slotervaart ziekenhuis had aangespannen tegen CZ.
Volgens de rechtbank heeft CZ met de publicatie op haar website van de lijst van ziekenhuizen op het gebied van ‘beste borstkankerzorg’, onrechtmatig gehandeld jegens het Slotervaartziekenhuis. Dat ziekenhuis werd op de CZ-lijst ingedeeld in categorie 3: ‘kan beter’.
CZ heeft bij het publiceren van die lijst volgens de rechter onvoldoende duidelijk gemaakt dat een ziekenhuis dat minder dan 150 borstkankeroperaties per jaar uitvoert, zoals het Slotervaart, ook al voldoet dat ziekenhuis aan alle andere kwaliteitsaspecten, nooit hoger kan scoren dan categorie “kan beter” en “kan beter” een negatieve connotatie oproept.
De onrechtmatigheid kan worden weggenomen, als CZ het kopje ‘kwaliteitskaders borstkankerzorg’ voorziet van een korte toelichting op dit punt, zodat op het eerste gezicht duidelijk is dat het aantal operaties doorslaggevend kan zijn.
CZ heeft op zichzelf wel de vrijheid om met ziekenhuizen al dan niet te contracteren en, zo oordeelde de rechter, ook om bepaalde eisen aan die ziekenhuizen te stellen. Ook het stellen van de zogenoemde “volumenorm” wordt op zichzelf niet onrechtmatig geacht, aangezien voldoende aannemelijk is dat een zeker verband bestaat tussen het verrichten van een minimum aantal operaties en de kwaliteit van een ziekenhuis, respectievelijk de chirurg.
Of dat minimum 150 moet zijn, of een ander aantal, daarover bestaat bij de deskundigen geen eensgezindheid, zo overwoog de rechter.
De vordering van het Slotervaart ziekenhuis om de hele publicatie te verwijderen en rectificaties te zenden naar diverse media voert te ver en is daarom afgewezen. CZ kan – als het Slotervaart daar om verzoekt – volstaan met de aanpassing.
De kosten van de procedure worden tussen partijen gecompenseerd.
LJ Nummer
BO5512
Medische specialist krijgt salarisgrens van 300.000 euro
Bron: NRC Handelsblad, 18 januari 2011
De medisch specialisten hebben gisteravond ingestemd met beperking van het budget voor hun beroepsgroep. Dat meldt de Orde van Medisch Specialisten. Negen van de tien leden stemde tijdens een algemene ledenvergadering voor het akkoord tussen minister Schippers (VVD, Volksgezondheid) en de Orde.
Het akkoord houdt in dat een specialist niet meer dan 300.000 euro per jaar mag verdienen. Het totaalbudget voor het jaar 2012 is op een maximum van twee miljard euro vastgesteld. Het mag daarna beperkt stijgen, met maximaal 2,5 procent per jaar. De maatregelen volgen op een forse budgetoverschrijding in 2009: toen werd het budget, dat op 2 miljard euro lag, met honderden miljoenen overschreden.
Keuze-sites over de zorg kunnen beter
Promotie Olga Damman vrijdag 23 april 2010
De presentatie van keuze-informatie over de zorg op websites kan beter. Om het gebruik ervan te vergemakkelijken moet dit soort informatie beperkt blijven tot punten die mensen meewegen in hun keuze, moet helder zijn wat de informatie betekent en moet deze eenduidig worden gepresenteerd. Dat blijkt uit onderzoek waarop Olga Damman op vrijdag 23 april promoveert bij Tranzo aan de Universiteit van Tilburg.
Keuze-informatie aanbieden alleen is niet genoeg om zorggebruikers actieve, goed geïnformeerde keuzes te laten maken, één van de voorwaarden voor het slagen van gereguleerde marktwerking in de zorg. Mensen wenden zich eerder tot familie, vrienden en artsen dan tot dit soort informatie, zo blijkt uit eerder onderzoek. Terwijl bekend is dat mensen wel geïnteresseerd zijn in keuze-informatie. Olga Damman onderzocht hoe deze informatie wereldwijd wordt gepresenteerd op internet en keek naar presentatiewijzen die zorggebruikers helpen bij het maken van keuzes in de zorg. Daarvoor gebruikte ze de Consumer Quality Index (CQ-index), de Nederlandse standaard voor het meten van ervaringen van patiënten met de zorg.
Presentatie
De presentatie van de informatie blijkt een belangrijk knelpunt. Keuze-informatie is nog veel te complex. Opmerkelijk is bijvoorbeeld dat mensen een ogenschijnlijk gemakkelijke keuze nog best vaak ‘fout’ maken. In een experiment koos 12% van de respondenten niet de beste zorgaanbieder. Ook bleek een kwart van de vragen over de verstrekte keuze-informatie fout beantwoord. “Er is te veel informatie”, verklaart Olga Damman, “de informatie is lang niet altijd relevant, er wordt te moeilijke taal gebruikt en er worden allerlei symbolen en getallen door elkaar gepresenteerd. Het is eigenlijk geen wonder dat mensen dan afhaken.”
Helder en toegankelijk
“Keuze-informatie op internet moet zo eenvoudig te begrijpen zijn als de informatie van vrienden of familie en tegelijk betrouwbaar, dus onderbouwd met gedegen onderzoek”, stelt Damman. Dat maakt het niet eenvoudig een goede keuzesite te maken. “Als de overheid wil dat meer mensen hun voordeel doen met keuze-informatie, dan moeten we dus investeren in heldere en toegankelijke informatie. Informatie op het web moet aansluiten bij de belevingswereld van de consument. Anders schiet keuze-informatie zijn doel voorbij.”
Olga Damman (1981) studeerde sociale psychologie aan de Universiteit van Amsterdam (cum laude) en werkte van 2006-2009 bij het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg). Haar promotieonderzoek voerde ze uit bij het NIVEL en Tranzo, wetenschappelijk centrum voor transformatie in zorg en welzijn van de UvT. Het onderzoek werd gefinancierd door het Ministerie van VWS en ZonMw. Sinds 1 januari 2010 werkt ze bij de afdeling Sociale Geneeskunde van het VUmc en het EMGO+ instituut.
Noot voor de pers
Olga Damman promoveert op vrijdag 23 april om 14.00 uur in de aula van de Universiteit van Tilburg. Titel proefschrift: Public reporting about healthcare users’ experiences: the Consumer Quality Index. Promotoren: prof. dr. D.M.J. Delnoij, prof. dr. P.P. Groenewegen, co-promotor: dr. M. Hendriks.
- PERSBERICHT -
WHO RAPPORTEERT 36 MILJOEN GENEZEN TBC-PATIENTEN
Tuberculose in Nederland weer gestegen naar jarenlange daling
Den Haag, 25 januari 2010 - De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) meldt in haar rapport ‘2009 Global TB Control Report Update’ dat de afgelopen 15 jaar ongeveer 36 miljoen mensen zijn genezen van tuberculose. Ook zijn er ongeveer 8 miljoen levens gespaard door de inzet van de DOTS behandelmethode[1]. Gegevens van de laatste 12 maanden laten zien dat 87% van de behandelde patiënten is genezen. Het streefcijfer van 85% is hiermee voor het eerst overtroffen.
Tuberculose en hiv/aids: een dodelijke combinatie
Ondanks het grote aantal genezen patiënten zijn er nog steeds miljoenen mensen met tuberculose die geen toegang hebben tot goede gezondheidszorg. Tuberculose blijft wereldwijd de meest dodelijke infectieziekte na hiv/aids. Tuberculose doodt meer mensen met hiv dan welke andere ziekte ook. In 2008 zijn 1,8 miljoen mensen overleden aan tuberculose, onder wie een half miljoen aidspatiënten. Onder de geschatte 9,4 miljoen tbc-patiënten in 2008 zijn er 1,4 miljoen besmet met hiv/aids. Dit wijst op de noodzaak om tuberculose nog eerder op te sporen, te voorkomen en te behandelen bij mensen met hiv. Het testen van patiënten met hiv op tuberculose is noodzakelijk om de juiste preventie, behandeling en zorg te kunnen verlenen, rapporteert KNCV Tuberculosefonds.
Stijging tuberculose in Nederland[2]
Nederland telde in 2009 rond de 1160[3] tbc-patiënten. Het aantal tbc-patiënten in Nederland is in 2009 na jarenlange daling weer gestegen. De toename is bijna geheel te verklaren door de toename van het aantal asielzoekers en immigranten uit landen waar tuberculose nog veel voorkomt. Het aantal patiënten met een besmettelijke longtuberculose bleef wel vergelijkbaar met 2008 en ligt rond de 210 patiënten.
In 2009 was meer dan 70 procent van de tbc-patiënten geboren in het buitenland. De sterfte aan tuberculose in Nederland is vrij constant en relatief laag (ongeveer 20 personen per jaar), maar gemiddeld sterft toch nog 1 op de 50 tbc-patiënten aan deze ziekte. Personen met een verminderde weerstand en 65-plussers hebben meer kans om aan tuberculose te overlijden.
Nederlanders onderschatten gevaar tuberculose
Uit herhalingsonderzoek van KNCV Tuberculosefonds naar de bekendheid van tuberculose uitgevoerd door TNS NIPO blijkt dat Nederlanders de omvang van tuberculose onderschatten. Men is verder onvoldoende bewust van de epidemische omvang wereldwijd. Ook lijkt bijna tweederde van de Nederlanders niet op de hoogte dat tuberculose en vooral MDR tuberculose veel voorkomt in Oost-Europa.
- einde persbericht -
KNCV Tuberculosefonds
KNCV Tuberculosefonds is een medische ontwikkelingsorganisatie die zich inzet voor het wereldwijd terugdringen van tuberculose. Tuberculose is een besmettelijke en dodelijke infectieziekte. Wereldwijd krijgen jaarlijks ruim negen miljoen mensen tuberculose, hiervan sterven bijna 2 miljoen mensen. Onnodig want patiënten kunnen door vroegtijdige opsporing en de juiste behandeling volledig genezen. Samen met hiv/aids en malaria vormt tuberculose de top drie van meest dodelijke infectieziekten ter wereld. KNCV Tuberculosefonds redt met haar activiteiten wereldwijd vele levens.
Onlinedossier geeft patiënt de regie
Publicatie: Medisch Contact, nr 8, 25 februari 2010.
Auteur: H.F. Croonen
Gynaecoloog Bart van Aken ziet op zijn consulten beter geïnformeerde patiënten, want zij lezen hun dossier op www.mijnflevoziekenhuis.nl. De website is beveiligd met de DigiD-code, die de minister ook bij het landelijk schakelpunt wil invoeren
‘Als dokters hebben wij ons de ziekte onterecht toegeëigend. Maar de patiënt moet de regie terugkrijgen’, zegt Bart van Aken, gynaecoloog en directeur innovatie in het Flevoziekenhuis in Almere. Hij maakt zich er al jaren hard voor: patiënten hebben recht op informatie over hun ziekte, zodat ze de regie kunnen voeren. Daarvoor moeten ze toegang krijgen tot hun medisch dossier. Het Flevoziekenhuis biedt dat in toenemende mate aan op internet.
Steeds meer zorginstellingen willen het medisch dossier online delen met de patiënt, ook de gegevens die worden uitgewisseld via het landelijk schakelpunt komen beschikbaar. Enkele lessen van voorlopers op dit gebied: het moet gebruiksvriendelijk zijn, met onbewerkte medische gegevens, zonder werkaantekeningen van de arts, aldus een veldonderzoek in opdracht van het ministerie van volksgezondheid.
En je moet klein beginnen. Dat is ook wat het Flevoziekenhuis heeft gedaan. Dat begon klein met een afsprakensysteem, maar nu wordt de patiënt online via een trechter van vragen geleid naar de juiste informatiefolders en anamnesevragenlijsten. Goed voorbereid komt hij op het consult. Het is even wennen voor de specialist in het ziekenhuis, maar de voordelen halen hem over de streep: minder patiënten laten verstek gaan op een afspraak, spreekuren lopen minder uit en consulten worden inhoudelijker.
Zes minuten wachten
Het begon in 2005 met ‘@-pointent’, het onlineafsprakensysteem. Patiënten plannen zelf de afspraken op mijnflevoziekenhuis.nl en kiezen welke dokter zij willen zien. Komt er wat tussen, dan verzet de patiënt de afspraak, of zegt hem af. De dag voor de afspraak volgt een sms of e-mail met herinnering. ‘Sinds het digitale afsprakensysteem zijn wij telefonisch goed bereikbaar’, aldus Van Aken. ‘We hadden aan de telefoon wachttijden tot zes minuten. Niet erg klantvriendelijk. Wij dachten dat wij het enige ziekenhuis waren met deze problematiek – ten onrechte bleek later – en we vreesden voor onze concurrentiepositie. Sinds kort staan ook de balieafspraken in het systeem.’
Afspraken met patiënten die niet komen opdagen, zijn niet declareerbaar. Daarom plande het Flevoziekenhuis op elk tijdstip twee patiënten. Als zij beiden verschenen, liep het spreekuur uit. Met de onlineafspraken is dat goeddeels ten einde: het aantal no shows daalde van 5 tot 15 procent naar 0,3 procent. Zelfs nu het aandeel onlineafspraken met 20 procent nog laag is, ziet het ziekenhuis op het totaal van de 350.000 polibezoeken een groot effect. Plannen zijn om in 2010 het aandeel onlineafspraken op te krikken naar 40 procent.
Onlineanamnese
Het afsprakensysteem kent steeds meer functies. Een patiënt die last heeft van doofheid kan op één dag een audiometrie en een consult met de kno-arts plannen in het onlineafsprakensysteem. Dat scheelt een rit naar het ziekenhuis. Sterilisatie kent een intake in de ochtend, waarna de patiënt in de middag wordt geholpen. Op deze manier zijn zorgpaden in het afsprakensysteem geïntegreerd. Tandartsen uit de regio verwijzen patiënten digitaal door met een codesysteem voor de meest voorkomende ingrepen, zoals het verwijderen van verstandskiezen.
Tweede innovatie in het afsprakensysteem is de vragentrechter. Een patiënt klikt op een afdeling en doorloopt een aantal vragen die leiden naar de juiste afspraak. Een patiënt heeft bijvoorbeeld menstruatieklachten en is premenopauzaal. Na keuze en bevestiging van de afspraak krijgt deze patiënt informatie over menstruatieklachten bij premenopauzale vrouwen. Daarnaast krijgt zij een link naar een specifieke vragenlijst ter voorbereiding op de anamnese in het consult. Sommige poli’s accepteren digitaal ingevulde vragenlijsten die ze meteen opslaan in het medisch dossier, voor andere poli’s neemt de patiënt een ingevulde print mee.
Een mooi voorbeeld is de anamnesevragenlijst van de snurkpoli. ‘Snurkt u vooral als u op uw zij ligt of op uw rug?’, een vraag die in de spreekkamer lastig is te beantwoorden. Na voorbereiding thuis met een partner, komt veel meer informatie boven tafel.
14 mei 2009
De gezondheidszorg in Nederland scoort slecht op hoekstenen van de marktwerking als klantvriendelijkheid en persoonlijke aandacht. Volgens veel Nederlanders zou dat naast verbetering van de kwaliteit van zorg wel prioriteit moeten krijgen voor de toekomst.
Omdat Nederlanders de deskundigheid en kwaliteit van zorg positief beoordelen krijgt de zorgsector in Nederland nog steeds een voldoende (6,5). Toch staat deze waardering van de zorg in de breedte onder druk en is van een patiëntvriendelijk imago geen sprake. Hoekstenen van de marktwerking, zoals klantgerichtheid en persoonlijke aandacht, scoren slecht blijkt uit de Gezondheidszorgmonitor 2009 van Newcom Research & Consultancy.
Waardering klantgerichtheid daalt
Met de komst van marktwerking en de introductie van onderlinge concurrentie in de zorg werd verwacht dat de klantgerichtheid van zorginstellingen zich sterk zou ontwikkelen. De ‘zorgconsument' zou hier de vruchten van plukken. De resultaten van de Gezondheidszorgmonitor 2009 tonen aan dat in vergelijking met twee jaar geleden de waardering van bijvoorbeeld het ziekenhuisbezoek op alle fronten juist is gedaald. Zo gaven ziekenhuisbezoekers in 2007 nog een ruime 7,5 voor de patiëntvriendelijkheid en nu nog net een zeven.
De waardering van ‘duidelijkheid naar de patiënt over de behandeling' is al onder de zeven gezakt waar het in 2007 nog een 7,5 was. Bijna de helft geeft ook aan zich in het ziekenhuis ‘een nummer te voelen' en 58 procent van mensen die afgelopen jaar als klant met het ziekenhuis te maken hebben gehad denkt dat de bedrijfsvoering ‘een stuk efficiënter zou kunnen'.
Naast deze kritische waardering van de ziekenhuiszorg in het bijzonder, geeft ook ongeveer één op de drie Nederlanders aan wel eens een onprettige ervaring te hebben gehad in de zorg. Daar blijkt, net als in 2005 en 2006, vooral ‘gebrek aan respect' en een ‘tekort aan aandacht en tijd' aan ten grondslag te liggen. Ook lange wachttijden worden vaak genoemd.
Klantgericht imago daalt
Het algemene imago van de gezondheidszorg in Nederland bevestigt deze uitkomsten. Hoewel enerzijds een ruime meerderheid van de Nederlanders nog steeds vindt dat deskundigheid (80%), betrouwbaarheid (63%) en kwaliteit (65%) van toepassing zijn op de zorgsector, vinden anderzijds minder dan vier op de tien Nederlanders klantvriendelijk (38%) en persoonlijk (35%) kenmerkend voor de zorgsector. Opvallend is ook dat het aantal mensen dat de zorgsector een klantgericht imago toedicht sinds 2005 alleen maar verder is afgenomen.
Prioriteit verbeterpunten
Aan Nederlanders is ook gevraagd wat zij de belangrijkste verbeterpunten vinden voor de zorg in de nabije toekomst. Daaruit komt duidelijk naar voren dat, naast een goede kwaliteit van zorg, juist de mate van persoonlijke aandacht, klantvriendelijkheid en betaalbaarheid van zorg prioriteit zouden moeten krijgen. Oftewel burgers vinden het belangrijk dat de zorg patiëntvriendelijk opereert. Daarbij komt dat de burger haar rol als ‘kritische zorgconsument' steeds meer eigen begint te maken en er niet voor terugdeinst op zoek te gaan naar een beter alternatief. Voor geslaagde marktwerking in de zorg blijkt continu inzicht in de behoeften van de klant dus essentieel.
Medewerkers minder trots
Een andere thermometer voor de gezondheid van de zorgsector zijn medewerkers in de zorg. Binnen het panel van de Gezondheidszorgmonitor 2009 zijn dat bijvoorbeeld specialisten, verpleegkundigen, medewerkers in de thuiszorg, maar ook apothekersassistenten, diëtisten en activiteitenbegeleiders in de GGZ. Bijna tweederde (63 %) van deze ‘handen aan het bed' geeft aan dat hun werkomgeving er sinds de introductie van marktwerking niet efficiënter op is geworden. Zij geven in nog grotere getale (72 %) aan dat ook de kwaliteit van zorg hieronder lijdt.
Bovendien blijkt ook dat bijna zeventig procent van deze groep hun werk er de laatste jaren niet leuker op vindt geworden. Waar in 2005 nog 55 procent aangaf trots te zijn op hun organisatie blijkt dat nu met bijna tien procent te zijn gedaald. Deze uitkomsten verklaren mogelijk ook de dalende trend in de mate van betrokkenheid die medewerkers voelen bij de zorginstelling waarvoor ze werken.
Bronnen: Newcom Research & Consultancy , medischondernemen.nl
Vergoeding lidmaatschap van patientenvereniging
Zorgverzekeraars zijn bereid om (een deel van) het lidmaatschap van een patiëntenvereniging te vergoeden via de aanvullende verzekering. De stand van zaken op dit moment is als volgt:
Vergoedingen
Bent u verzekerd bij één van de volgende zorgverzekeraars, dan krijgt u (een deel van) de
kosten van uw lidmaatschap van uw patiëntenvereniging vergoed:
CZ en OZ bij Aanvullende Verzekering Excellent en Supertop
MENZIS alle Aanvullende Verzekeringen
CONFIOR alle Aanvullende Verzekeringen
FORTIS vergoedt alleen cursussen via lidorganisaties
AMERSFOORTSE vergoedt alleen cursussen via lidorganisaties
DE FRIESLAND alleen bij Aanvullende Verzekering Grootouders + lid Zorgbelang
ONVZ gedeeltelijke vergoeding bij Aanvullende Verzekering Optfit, Topfit en Superfit
AEGON gedeeltelijke vergoeding bij Aanvullende verzekering Optfit, Topfit en Superfit
VVAA gedeeltelijke vergoeding bij Aanvullende Verzekering Optfit, Topfit en Superfit
Positief over vergoedingen
De volgende verzekeraars zijn positief over mogelijkheden voor vergoeding van het lidmaatschap van een patiëntenorganisatie, maar bieden hier nu nog geen mogelijkheid voor:
SALLANDSE
AGIS
ACHMEA en haar dochters
OHRA
Nog geen regeling
Verzekeraars die over vergoeding in de toekomst (2009) in gesprek willen, maar nu nog geen regeling hiervoor kennen:
CARES
PNO
AGIS
IZA
UNIVÉ (UVIT, is combinatie Univé/VGZ/IZA/Trias)
Geen regeling
Nu geen regeling, ook niet in de toekomst: (prijsvechters of specifieke doelgroep)
DSW
ANDERZORG
FBTO
OOM
OZF
Nog geen reactie ontvangen van de volgende verzekeraars: (dus geen vergoedingen voor lidmaatschap patiëntenvereniging):
IZZ
ZORG EN ZEKERHEID
Rechtszaken leggen spookschrijverij bloot
Bron: NRC Handelsblad 17 april 2008
Redacteur Hester van Santen
Farmabedrijf koopt voor paar duizend dollar auteurs bij wetenschappelijke artikelen
Rechtszaken tegen het farma-bedrijf Merck tonen de praktijk van ghostwriting in het medisch onderzoek. Driekwart van de eerste auteurs werd pas later bij het artikel gezocht. Hester van Santen Een gemakkelijke manier om als arts geld te verdienen: wordt gast-auteur. Een farmaceutisch bedrijf zet een onderzoek op, voert het uit - en de medicus zet er zijn naam boven. Het honorarium bedraagt, in de Verenigde Staten, tussen de 750 en 2.500 dollar. De rechtszaken die patiënten aanspanden tegen het bedrijf Merck, de fabrikant van de in 2004 van de markt gehaalde ontstekingsremmer Vioxx, bieden een ongekend zicht op de praktijk van ghostwriting in medisch onderzoek. Een beschrijving verscheen gisteren in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of the American Medical Association (JAMA). Uit de dossiers die getuige-deskundigen openbaar maakten op internet, blijkt dat het bij het bedrijf tussen 1996 en 2004 normaal was om een wetenschappelijk artikel te schrijven en vervolgens een academicus te zoeken om als auteur te dienen. De werkelijke schrijvers van het stuk, werknemers van Merck, bleven soms geheel buiten beeld. De ontstekingsremmer en pijnstiller Vioxx was een populair middel onder reumapatiënten, tot duidelijk werd dat sommige slikkers een hartaanval hadden gekregen van het medicijn. Vervolgens zwol de kritiek aan dat het bedrijf al lang van de hartaanvallen had geweten, maar de cijfers oppoetste. Gisteren verscheen daar in JAMA óók een aanwijzing voor. Merck schikte in november voor 4,8 miljard dollar (3 miljard euro) in de rechtszaken. Maar behalve dat in het Vioxx-onderzoek data werden bijgeschaafd, was er dus ook sprake van spookschrijverij. De academici geven een artikel een aura van autoriteit en onafhankelijkheid. Voor een academicus is het niet alleen financieel aantrekkelijk. Een artikel erbij op de publicatielijst is belangrijk voor de carrière. Het spookschrijffenomeen is in medisch-wetenschappelijke kring al jaren bekend, maar er is weinig zicht op de omvang van het probleem. Het is in ieder geval geen uitzondering is. In een analyse uit 1998 bleek 19 procent van de medisch-wetenschappelijke artikelen een auteur te hebben die in werkelijkheid niet of nauwelijks had bijgedragen; 11 procent van de publicaties bleek bij navraag van de hand van een ghostwriter. Medewerkers van farmabedrijven schreven de artikelen, of lieten dat doen door gespecialiseerde tekstbureaus. Een groep medici die als getuige-deskundigen fungeerde voor patiënten, beschrijft nu in JAMA hoe boven twintig wetenschappelijke studies, alle uitgevoerd en geschreven door Merck, uiteindelijk in zestien gevallen een eerste auteur prijkt uit de academische wereld. De eerste auteur hoort degene te zijn die het meest aan het onderzoek bijdraagt. Ook reviews, samenvattende artikelen over een vakgebied, werden regelmatig kant-en-klaar aangeleverd door Merck of hun tekstbureau. Dat ging alsvolgt, blijkt uit een e-mailconversatie tussen Merck-medewerkers uit januari 2004. Het ging over een manuscript voor een stuk over het voorkómen van Alzheimer met Vioxx. Chris, ik denk dat jij eerste auteur moet zijn, want je hebt bijna al het schrijfwerk gedaan. Chris: Dank voor je opmerking. (...) Maar ik zit te denken: zou het (...) niet logischer zijn om als eerste auteur iemand te hebben die neuroloog is? En zo geschiedde. Is een neuroloog als auteur niet logischer? Een medewerker van farma-bedrijf Merck
Bron: De pers, 15 april 2008
Het zwangerschapsverlof van moeders met een couveusekindje moet worden verlengd. Dat schrijft de Vereniging van Ouders van Couveusekinderen (VOC) dinsdag in een brief aan minister van Sociale Zaken Piet Hein Donner (CDA) en de Tweede Kamer. Uit een steekproef van de VOC blijkt volgens de vereniging dat vrijwel geen enkele moeder zich na het verlof in staat acht te werken.
De meeste moeders doen volgens het VOC een beroep op de ziektewet, maar ook op zorgverlof, ouderschapsverlof en vakantiedagen. Sommige werkgevers tonen geen begrip en eisen dat de moeder aan het werk gaat. "Dat hun kwetsbare kind nog niet naar de crèche mag, is niet het probleem van de werkgever", stelt VOC kritisch. De vereniging kent voorbeelden van ontslagen.
Zwangerschapsverlof inclusief bevallingsverlof duurt in Nederland zestien weken. In België en Duitsland bestaan wel aangepaste regelingen voor als de baby na geboorte in het ziekenhuis moet blijven
Palliatieve zorg in de VWS begroting 2008
Ministerie van VWS. Begroting 2008
Minister Klink en staatssecretaris Bussemaker zetten zich in 2008 in voor zorg van goede kwaliteit, waarbij de patiënt en cliënt centraal staan.
Palliatieve zorg komt zowel in artikel 42 (Gezondheidszorg) als in artikel 43 (Langdurige zorg) aan bod.
In 2008 wordt 10 miljoen euro extra besteed aan palliatieve zorg. Over palliatieve zorg staat het volgende in de beleidsagenda:
Er komt extra geld beschikbaar voor palliatieve zorg, zowel voor de opleiding als in de zorgverlening in verpleeghuizen, hospices en thuis. Het kabinet wil dat mensen in hun laatste levensfase goed worden verzorgd en met respect worden begeleid. Mensen moeten waardig kunnen sterven. daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor professionele zorgverleners én vrijwilligers. de palliatieve zorg op het niveau van de wijk, dicht bij de mensen thuis, wordt versterkt.
In 2008 komen minder mensen in aanmerking voor ondersteunende begeleiding o.g.v. de AWBZ. Maar cliënten met een intensieve zorgbehoefte (bijvoorbeeld palliatieve zorg) worden van deze maatregel uitgezonderd.
In artikel 42 van de Rijksbegroting staat het volgende over een plan van aanpak voor palliatieve zorg voor de komende jaren:
Op basis van het coalitieakkoord wordt in 2008 het plan van aanpak palliatieve zorg uitgewerkt. Dit plan is in samenwerking met betrokken veldpartijen opgesteld en wordt het najaar van 2007 naar de Tweede Kamer gestuurd. Vanuit de invalshoeken inhoud, kwaliteit en organisatie van de zorg worden verbeteringen in gang gezet, daarbij ondersteund door onderzoek en ontwikkeling.
In artikel 43.3.3 staat vervolgens:
Om de palliatieve zorg te versterken ondersteunen wij de coördinatie van vrijwilligersactiviteiten. Hiervoor zetten wij ook in 2008 een subsidieregeling in. Deze regeling zal in aansluiting op onze visie op palliatieve zorg worden herzien. Daarnaast zal de NZa met een integraal advies komen (€ 21,9 miljoen).
oktober 2007
Nederlander herkent waarschuwingstekens kanker slecht
Bron(nen): KWF Kankerbestrijding
Nederlanders herkennen maar vier van de negen signalen die tot kanker kunnen leiden. Van de ondervraagden zegt 90% wel te letten op waarschuwingstekens van kanker. Ook vinden ze het belangrijk en nuttig om bij klachten naar de huisarts te gaan. Toch ervaart een derde van de mensen een drempel om naar de huisarts te gaan. Dit blijkt uit recent onderzoek van KWF Kankerbestrijding en de Universiteit Maastricht. KWF Kankerbestrijding wil met de campagne ‘Ken de 9 signalen’ mensen stimuleren tot tijdige actie als zij een klacht hebben die op kanker duidt. Daartoe is http://www.kwfklachtadvies.nl ontwikkeld.
Kennis over mogelijke signalen van kanker is hoger in de leeftijdsgroep 50-64 jaar dan die van ouderen (65+). Tweederde van alle kankersoorten wordt ontdekt bij mensen die 60 jaar of ouder zijn. De campagne ‘Ken de 9 signalen’ richt zich dan ook voornamelijk op ouderen.
Meer inzicht in ontbrekende kennis
Er is nog veel winst te halen. Door kanker in een vroeg stadium te herkennen, kan de ziekte eerder worden behandeld, is er meer genezing mogelijk en uiteindelijk minder kankersterfte. Vroege opsporing en verbeterde behandeling hebben in het verleden bijgedragen aan een verbeterde overlevingskans voor verschillende soorten kanker, waaronder een aantal veelvoorkomende soorten zoals borst- en dikkedarmkanker.
Naast dat mensen zelf signalen van kanker kunnen herkennen, is het ook van groot belang voor vroege ontdekking dat mensen deelnemen aan bevolkingsonderzoeken. Hierbij kan kanker worden opgespoord wanneer iemand nog geen klachten heeft, of kan er een voorstadium van kanker worden ontdekt. Bijvoorbeeld door het uitstrijkje voor de screening op baarmoederhalskanker en door het maken van borstfoto’s bij het bevolkingsonderzoek borstkanker. KWF Kankerbestrijding wil met de campagne ‘Ken de 9 signalen’ meer mensen bewust maken van de voordelen van vroege ontdekking door hun kennis hierover te vergroten.
Om mensen te helpen klachten van kanker te herkennen en om mensen te helpen bij het inschatten van de urgentie van een doktersbezoek, heeft KWF Kankerbestrijding een internetmodule ontwikkeld. De meest voorkomende klachten zijn blijvende heesheid of hoest, slikklachten, nieuwe of veranderende moedervlekken, gewichtsverlies zonder aanleiding en urine + wegproblemen. Op basis van gegevens over de aard en duur van de klachten geeft de internetmodule informatie en advies. Of een klacht daadwerkelijk op kanker wijst, kan uiteindelijk alleen een arts na medisch onderzoek (weefselonderzoek) constateren.
Onderzoek uitgevoerd onder 50-plussers door Universiteit Maastricht i.o.v. KWF Kankerbestrijding (N=585), Oktober 2007
Zeeuwse ziekenhuizen willen opnieuw naar de NMa
24 oktober 2007
Bron: Zorgvisie
De Zeeuwse ziekenhuizen streven ernaar om begin volgend jaar een nieuwe fusieaanvraag in te dienen bij de NMa. Dat zei bestuursvoorzitter Hans Simons van de Oosterscheldeziekenhuizen. Simons reageerde op de speech van NMa-bestuursvoorzitter Pieter Kalbfleisch vorige week tijdens het congres 'Ontwikkelingen mededingingsrecht 2007'. Kalbfleisch liet weten dat de Nma meer rekening gaat houden met kwaliteits- en efficiencywinst als zorginstellingen willen fuseren.
Toen de Oosterscheldeziekenhuizen in Goes en Ziekenhuis Walcheren in Vlissingen vorig jaar hun fusieaanvraag bij de NMa introkken, was dat omdat de NMa te weinig rekening zou houden met kwaliteitsargumenten. Hans Simons verweet de NMa toen een te stringent mededingingskader te hanteren dat te weinig rekening houdt met het specifieke karakter van de gezondheidszorg.
De bestuursvoorzitter van de NMa zegt nu dat hij zich erover verbaast dat in veel fusiezaken geen nadere poging is ondernomen tot het voordragen van een effiencyverweer. Terwijl efficiencies die leiden tot kwaliteitswinst vaak als reden voor een fusie worden gegeven. Zoals bijvoorbeeld bij de fusieaanvraag van de Zeeuwse ziekenhuizen.
De NMa heeft nu afgesproken dat de NZa en de Inspectie voor de Gezondheidszorg kwaliteitscriteria gaan ontwikkelen die de NMa gaat gebruiken om fusies te toetsen. Hans Simons: “Ik denk dat dit een heel positieve mededeling is. We moeten leren werken met een NMa die ervaring opdoet in de zorg en we hebben beiden geleerd van de voorafgaande fase.” De Zeeuwse ziekenhuizen hebben ondertussen niet stil gezeten: met de NZa en de Inspectie hebben zij een nieuwe fusiepoging intensief voorbereid.
Binnenkort gaan de Zeeuwen naar de NMa. Hans Simons: “In november hebben we een rondetafelgesprek bij de NMa om na te gaan of we die kwaliteitsinvalshoek voldoende substantieel kunnen maken. En of we onze argumenten in goede NMa-termen kunnen formuleren.”
Wensen zorgconsument in beeld
22 oktober 2007
Bron: Casemanagement Groep
De resultaten van de eerste Trendwatch Zorgconsument, in opdracht van Casemanagement Groep uitgevoerd door Motivaction, geven aanleiding om de dialoog met de klant verder aan te gaan. De Trendwatch laat zien dat mensen die verwezen worden naar een ziekenhuis zich eerst afvragen of de behandeling door hun verzekeraar wordt vergoed. Vervolgens zoeken zij een ziekenhuis dat dicht bij huis is.
Duidelijk wordt dat de dominante keuzeargumenten van de klant geld en afstand zijn. Er zijn wel verschillen waarneembaar. Bij verpleeghuiszorg speelt bijvoorbeeld geld minder een rol en vindt de familie het belangrijk dat het dichtbij is en de bezoektijden zo ruim mogelijk zijn. Er zijn ook regionale verschillen te zien en jongeren en ouderen maken ook andere keuzes. Ouderen zijn bijvoorbeeld bereid verder te reizen.
Als de wens van de klant bekend is, kan de zorg daarop ingericht worden. Tevens kan de zorgverlener uitleggen waarom zij bepaalde keuzes maakt. Klant en zorgverlener komen met elkaar in contact en beide posities versterken zich.
De Trendwatch Zorgconsument is onderdeel van het Nederlands Zorgconsumenten Panel (NZP) en geeft inzicht in de ontwikkeling van keuzes, de behoeftes en de zorgconsumptie van de Nederlandse zorgconsument. Samen met een digitaal panel dat voor diverse vragen over de gezondheidszorg te benaderen is, representeert het NZP de Nederlandse Zorgconsument. Voor de kwalitatieve onderbouwing en het vormgeven van de dialoog met de zorgconsument voert de Casemanagement Groep al enige jaren het programma ‘Het start bij de vraag’,
waarbij de klant persoonlijk wordt benaderd.
De Casemanagement Groep (CG) richt zich op de professionalisering van vraaggestuurde processen
Ziekenhuizen mogen als proef winst uitkeren
NRC Handelsblad, 1 oktober 2007
De zorgsector start met een experiment waarbij ziekenhuizen winst mogen uitkeren aan investeerders.
Voorzitter Frank de Grave van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), de waakhond in de zorg, werkt aan een proef met onder meer het Medisch Centrum Rijnmond Zuid om deze commercialisering van het ziekenhuiswezen te testen. Het toestaan van winstuitkeringen door ziekenhuizen zou een grote nieuwe stap betekenen in de door het vorige kabinet ingezette marktwerking in de zorg.
Nu is het ziekenhuizen verboden om winst uit te keren aan derden. Ook het Amsterdamse Slotervaart ziekenhuis dat onlangs in particuliere handen kwam, is verplicht eventuele winsten in de zorg terug te laten vloeien. Externe financiers zijn daarom helemaal niet happig om geld te steken in Nederlandse ziekenhuizen, ook al zien zij kansen in de uitdijende zorgsector.
Ziekenhuizen zijn nu aan strenge financieringsregels gebonden omdat Nederland er aan hecht dat zorg voor iedereen toegankelijk is. De angst bestaat dat investeerders louter zullen gaan voor de verhoging van hun eigen rendement en daarmee de zorgverlening uithollen. Volgens voorzitter De Grave van de zorgautoriteit mag bij het experiment de helft van elke verdiende euro naar de aandeelhouders en moet de andere helft naar de zorg, zodat ook patiënten van de commercialisering profiteren.
Steeds meer ziekenhuizen verkeren in geldnood. In 2006 maakten zij een kwart minder winst dan in het jaar daarvoor, zo bleek onlangs uit een rapportage van strategisch adviesbureau Gupta Strategists, dat de prestaties van ziekenhuizen onderzocht. De onderzoekers noemen hun financiële positie „alarmerend”. Ook het Waarborgfonds voor de Zorgsector trok vorige week aan de bel en waarschuwde voor faillissementen in het ziekenhuiswezen. Investeerders kunnen ziekenhuizen het geld verschaffen dat ze nodig zeggen te hebben om betere zorg te leveren.
„Er kan zo veel meer en beter maar het geld ervoor ontbreekt”, aldus een woordvoerder van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ). Investeerders kunnen bovendien druk uit oefenen op de zorginstellingen om doelmatiger te werken. De overheid wil een efficiëntere zorgsector omdat de zorgkosten almaar stijgen en de zorgkosten door de vergrijzing de pan uit dreigen te rijzen.
Het ministerie van Volksgezondheid staat dan ook welwillend tegenover het experiment waar hoogstens een paar ziekenhuizen bij betrokken zouden zijn. Een woordvoerder van minister Klink (Volksgezondheid, CDA) laat weten dat de bewindsman bezig is met een „brede inventarisatie van dit soort initiatieven in het buitenland."
Minister Klink wil kosten in zorg verlagen met sportschool
24 september 2007
Minister Klink van Volksgezondheid onderzoekt de mogelijkheid of de sportschool in het basispakket kan. Volgens de NOS kunnen de kosten in de zorg met die maatregel verlaagd worden.
29 November 07: Bijeenkomst zorgmarketing platform
Op donderdag 29 november 2007 organiseert het Zorgmarketingplatform weer een interessante bijeenkomst over zorgmarketing in de praktijk. Diverse marketingmanagers van zorgorganisaties presenteren hun ervaringen en voorbeelden uit de zorgpraktijk. U krijgt u meer inzicht in de stand van zaken van marketing in de gezondheidszorg en wat zorginstellingen in Nederland doen op dit gebied.
De bijeenkomst vindt plaats centraal in Nederland en duurt van 16.00 tot 20.00 uur, inclusief broodjesbuffet en naborrel. Definitieve programma en locatie volgen binnenkort. De kosten bedragen € 95,- excl. btw. Deelnemers ontvangen ook een paper met de eindresultaten van het Zorgmarketing Onderzoek 2007.
U kunt zich aanmelden door een email met uw persoonsgegevens en factuurgegevens te sturen naar info@zorgmarketingplatform.nl
Geneeskundige ggz in het basispakket
Gepubliceerd op woensdag 11 juli 2007
Organisatie: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
De geneeskundige geestelijke gezondheidszorg valt per 1 januari 2008 volledig onder de Zorgverzekeringswet. Nu valt deze zorg nog onder de AWBZ.
Dit maakte minister Klink vandaag bekend in een brief aan de Tweede Kamer. De zorg voor mensen die langer dan één jaar in een ggz-instellng verblijven, blijft onder de AWBZ vallen.
2008 wordt een overgangsjaar, om de effecten van de overheveling van de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg zoveel mogelijk te bewaken. Door de overheveling naar de Zorgverzekeringswet gaan zorgverzekeraars deze zorg voortaan inkopen en betalen, en niet meer de zorgkantoren.
Ook gaan ggz-aanbieders vanaf 1 januari digitaal declareren aan de zorgverzekeraars op basis van diagnosebehandelingcombinaties (DBC’s).
De overheveling en de nieuwe manier van declareren zijn nodig om de zorg op de lange termijn betaalbaar te houden. Ook worden aanbieders hierdoor geprikkeld om transparant te werken en de kwaliteit van de zorg te waarborgen.
Voor ggz-cliënten verandert er niet veel. Zij kunnen na 1 januari 2008 nog steeds terecht bij dezelfde instelling of therapeut voor zorg. Voor psychotherapeutische behandelingen blijft in 2008 de huidige eigen bijdrage gehandhaafd. Van eerstelijns psychologische zorg worden per 1 januari acht zittingen vergoed. Per zitting komt er een eigen bijdrage van 10 euro. De nieuwe polis voor 2008 geeft meer informatie over de veranderingen.
Zorgconsument is te zwakke partij
Het Financieele Dagblad - 17 juli 2007
De zorgmarkt kan pas echt zijn werk doen als ook de consument gelijkwaardiger is aan de andere partijen.
Ook in de zorg kiest de politiek steeds meer voor marktwerking. Op zich hoeft dat geen probleem te zijn, maar politiek Den Haag verzuimt er logische consequenties aan te verbinden.
Wil marktwerking daadwerkelijk werken, dan moeten de belangrijkste spelers in die markt - zorgverzekeraar, zorgaanbieder en zorgconsument - min of meer gelijkwaardige posities te hebben. Dat is niet het geval. De markt kan pas echt zijn werk doen als de belangen van de consument, ook collectief, sterker worden.
Uit onvrede over tarieven
Huisartsen dreigen met zorgstaking
NRC Handelsblad, 20 juli 2007
Huisartsen dreigen hun zorgverlening te staken als het ministerie van Volksgezondheid niet meer geld beschikbaar stelt voor het hogere aantal consulten.
Dat zegt voorzitter Steven van Eijck van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV).
Huisartsen hebben in de twaalf maanden tot begin 2007 10 procent meer consulten verricht dan met overheid en verzekeraars was afgesproken. Over de verrekening van deze overschrijdingen moeten de partijen binnenkort onderhandelen. De overheid kan de overschrijdingen compenseren door de huisartsentarieven te verlagen. Daar vrezen de huisartsen voor.
Na acht maanden van onrust en enkele weken van huisartsenstakingen, sloten het ministerie, verzekeraars en de LHV eind 2005 een akkoord over een nieuw honoreringssysteem voor de beroepsgroep. In dit zogenoemde Vogelaarakkoord (naar bemiddelaar Ella Vogelaar, nu minister) werd een norminkomen voor huisartsen afgesproken.
Voor een standaardpraktijk met 2.350 patiënten werd het verwachte aantal consulten per jaar vastgesteld op 8.296. Per consult krijgen huisartsen 9 euro. Bovendien ontvangen ze 52 euro per jaar voor elke ingeschreven patiënt. Dat komt neer op een norminkomen van bijna 200.000 euro (inclusief kostenvergoedingen). Legt de huisarts meer consulten af, dan moet het tarief naar beneden. Alleen zo blijven de totale uitgaven voor de huisartsenzorg binnen de perken. Met die clausule stemde de oud-LHV-voorzitter Bart Vos toen in.
De nieuwe voorzitter Van Eijck komt nu in verzet tegen de beperking aan het aantal consulten. Die zou indruisen tegen de meer ondernemende rol van huisartsen in het nieuwe zorgstelsel en botst met het grotere beroep op de zorg.
Huisartsen worden „in ernstige mate gelimiteerd” in hun omzet- en winstmogelijkheden, schrijft Van Eijck in zijn nog te verschijnen column voor het huisartsenblad Huisarts in Praktijk. Met de toegenomen vraag naar zorg moeten huisartsen volgens de LHV meer werken voor evenveel geld. „Als huisartsen geen dief van hun eigen portemonnee willen zijn, zou dit in het uiterste geval kunnen leiden tot het sluiten van de praktijk nog voordat het kalenderjaar is verstreken en dus tot wachtlijsten in de huisartsenzorg.”
Achmea wil Agis inlijven
NRC Handelsblad, 14 juni 2007
Zorgverzekeraar Achmea (3,5 miljoen verzekerden) wil sectorgenoot Agis (1,2 miljoen verzekerden) inlijven. De integratie van Agis in Achmea moet vóór het einde van het jaar zijn afgerond.
Dit hebben de twee zorgverzekeraars vanochtend bekendgemaakt. Door het samengaan ontstaat de grootste zorgverzekeraar van Nederland, met 4,7 miljoen verzekerden. Agis wordt een „autonoom bedrijfsonderdeel” binnen Achmea. Het merk Agis blijft bestaan en Agis houdt zijn eigen directie en raad van commissarissen. Achmea, onderdeel van verzekeringsconcern Eureko, is in de zorgsector actief met merknamen als Zilveren Kruis, Groene Land, FBTO en Avéro. Nummer twee op de markt is de dit jaar gevormde combinatie Univé-VGZ-IZA-Trias (UVIT, 4,2 miljoen verzekerden).
De schaalvergroting in de zorgverzekeringsmarkt wordt gedreven door het nieuwe zorgstelsel, waar alle verzekerden vrij tussen verzekeraars kunnen kiezen. De strijd om verzekerden die hiervan het gevolg was, leidde tot een prijzenslag en grote verliezen bij verzekeraars. Schaalvergroting moet de kosten drukken.
Agis zocht al langer een fusie- of overnamepartner. Het probeerde vorig jaar met Menzis en Ohra (van Delta Lloyd) te fuseren, maar die poging mislukte. Bestuursvoorzitter Rob Adolfsen van Agis zegt dat de „fusie” met Achmea wel zal lukken: beide verzekeraars passen „door hun coöperatieve achtergrond qua cultuur en filosofie goed bij elkaar”.
Snoeien in het personeelsbestand is voor verzekeraars de belangrijkste manier geweest om hun verliezen te beperken. Volgens Achmea en Agis heeft hun samengaan „geen gevolgen voor de werkgelegenheid”. Vakbond CNV Dienstenbond wil snel weten wat deze belofte inhoudt, omdat beide verzekeraars midden in een reorganisatie zitten. Achmea (nu 3.200 werknemers) is bezig het personeelsbestand terug te brengen van 3.600 vorig jaar naar 3.000. Agis (1.500 werknemers) rondt dit jaar een reorganisatie af die 400 banen kostte.
Een CNV-woordvoerder zegt dat Achmea wel een goede reputatie heeft wat betreft het weer aan het werk krijgen van ontslagen werknemers.
Verder bezuinigen op personeel Nog minder personeel Verder terugbrengen van het personeelsbestand is volgens Adolfsen niet de drijfveer voor de fusie. „Vanuit Achmea komt 200 miljoen euro beschikbaar voor het verbeteren van onze zorgverlening. Dat is het voornaamste voordeel.” In de gebieden waar het verzekerdenbestand van Agis en Achmea elkaar overlapt, kan de combinatie bovendien scherper onderhandelen bij het inkopen van zorg bij zorgverleners als ziekenhuizen.
De overname moet nog worden goedgekeurd door de toezichthouders: de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa), de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en De Nederlandsche Bank (DNB).
Veel mensen onverzekerd tegen ziektekosten
Ineens blijken 241.000 mensen onverzekerd te zijn tegen ziektekosten, minder dan vóór het nieuwe zorgstelsel, maar meer dan tot nu toe werd gedacht. Wat te doen?
NRC Handelsblad, door redacteuren Antoinette Reerink en Esther Rosenberg
3 mei 2007
Meer Nederlanders zijn onverzekerd dan tot nu toe werd aangenomen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek liet gisteren weten dat er vorig jaar zomer geen 182.000 onverzekerden waren, zoals het toen meldde, maar 241.000. Dat weet het CBS nu, omdat het sindsdien allerlei bestanden aan elkaar heeft weten te koppelen, zoals de gemeentelijke basisadministratie en de polisadministratie. Hoe moet het aantal onverzekerden worden teruggedrongen?
Rolf de Groot, bijzonder hoogleraar Zorgverzekeringsrecht aan de Vrije Universiteit:
„Ik zou een wetswijziging willen bepleiten, zodat de overheid onverzekerden actief kan opsporen en beboeten. Het heeft mij altijd bevreemd dat men bij de invoering van de Zorgverzekeringswet ervan uit is gegaan dat iedere Nederlander zijn eigen verantwoordelijkheid neemt. Dat vertrouwen in de burger blijkt nu niet helemaal gerechtvaardigd. De overheid controleert niet of mensen hun gezondheid hebben verzekerd en legt ook geen sancties op als zij dat niet doen, terwijl zij daartoe wel verplicht zijn. Dat is raar. Want bij de autoverzekering gebeurt dat wel. Vanuit het oogpunt van de patiënt is er overigens niet zo veel aan de hand. Een onverzekerde die plotseling zorg nodig heeft, kan zich altijd alsnog verzekeren. Niemand hoeft dus verstoken te blijven van medische hulp.”
Bert Wiegman, medisch directeur Academisch Medisch Centrum in Amsterdam:
„We sporen onverzekerde patiënten aan om zich te verzekeren en helpen ze daarbij en dat gaat meestal goed. Maar de laatste tijd zien we langzaamaan een nieuw probleem ontstaan. Verzekeraars willen best iemand accepteren die twee, drie maanden geen premie heeft betaald. Maar als diegene in maart vorig jaar voor het laatst premie heeft betaald, doen ze daar heel moeilijk over. Notoire wanbetalers zijn moeilijk te verzekeren. Als dat probleem toeneemt, moeten we dáár een oplossing voor zien te vinden. Het aantal illegalen in het ziekenhuis blijft al jaren ongeveer gelijk. De vergoeding die we daarvoor van de verzekeraars krijgen houdt in 2008 op te bestaan. Het koppelingsfonds, waarvan huisartsen nu gebruikmaken, zou kunnen worden uitgebreid voor ziekenhuizen.”
Tof Thissen, directeur van organisatie van sociale diensten Divosa:
„1. Mensen moeten zich gewoon verzekeren. 2. Zorgverzekeraars moeten doen wat ze hebben afgesproken: gemeenten in een vroeg stadium waarschuwen als iemand, zeg, twee maanden zijn verzekeringspremie niet heeft betaald. Eén verzekeringsmaatschappij doet dat consequent, enkele incidenteel en de meeste niet. 3. Zorgverzekeraars zouden de afdeling toeslagen van de belastingdienst moeten informeren wie verzekerd is en wie niet, zodat de belastingdienst weet aan wie hij een zorgtoeslag moet uitkeren. Ook dat is afgesproken met de minister van Volksgezondheid. Dat betekent dat de belastingdienst mensen erop moet wijzen als zij recht hebben op een toeslag, én hen moeten aansporen zich te verzekeren tegen ziektekosten.”
Fred van den Heuvel, directeur van verzekeraar Azivo:
„We zijn nu poppenkast met elkaar aan het spelen. We moeten gewoon terug naar een inkomensafhankelijke premiebetaling. Dan wordt de premie bij burgers aan de bron ingehouden, op hun loonstrook, via hun AOW of uitkering. Dan heb je de garantie dat iedereen meebetaalt en dan heeft ook iedereen recht op zorg. Dat is veel eerlijker. Nu maken we enorm veel administratieve kosten met een nominale en inkomensafhankelijke premie en een zorgtoeslag.”
Pieter Omtzigt, Kamerlid CDA:
„Voor niet iedereen is duidelijk wanneer de verzekeringsplicht ontstaat. Dat is niet zo als je in een asielzoekerscentrum zit, want dan zorgt de Nederlandse staat nog voor je. Maar zodra je een verblijfsvergunning hebt, heb je de plicht je te verzekeren. Dat moeten we deze mensen duidelijker en op tijd meedelen. Hetzelfde geldt voor gevangenen. Hun zorgverzekering wordt opgeschort zodra ze in de cel belanden. Maar bij vrijlating krijgen ze niet te horen dat ze zich weer moeten verzekeren. Daar moeten wij ze aan helpen herinneren met een folder of een inschrijfformulier. Ik ga de minister vragen of hij de onverzekerden persoonlijk een brief kan sturen waarin hij ze vraagt om zich te verzekeren.”
Jantine Kriens, wethouder zorg Rotterdam:
„Gemeenten hebben goed zicht op wie de premies niet heeft betaald uit slordigheid – tegen hen moeten we streng zijn – en wie zo in de prut zit dat we diegene moeten helpen. Gemeenten zouden een fonds moeten beheren van waaruit we de achterstallige rekeningen van die mensen kunnen betalen zodat zij zich weer kunnen verzekeren. Dat is overzichtelijker dan dat hulpverleners zelf geld moeten aanvragen voor dezelfde mensen.”
|